Waarom toch?

Wat is er toch aan de hand?

Eerst hadden we Onderwijs 2032, dat is afgeschoten maar onder een andere naam teruggekeerd: curriculum.nu. Ook dat ligt weer onder vuur. De meeste kritiek wordt gegeven door adviseurs en leraren die zien dat er met dit voorstel kennis uit de vakken verdwijnt. Daar worden uiteindelijk leerlingen de dupe van. Ondertussen vindt er eigenlijk al een kleine revolutie plaats, want het samenvoegen van vakken is al een poosje aan de gang op verschillende scholen. Lees de column van Ton van Haperen: LINK: oneerlijke-schoolkennis. Luister vooral ook dit gesprek: Tjipcast.

Of kijk naar het gesprek tussen Ad Verbrugge en Maarten Huygen (LINK – onderwijs en het ‘zelf-lerende’ kind), waarin visies op leren en de negatieve gevolgen van experimenten en vrij leren aan de orde komen. Zij lichten toe dat leren denken is verbonden met vakinhoud. Als vakken vervagen, dat is wat gebeurt als je vakken samenvoegt, daalt het algehele prestatieniveau van leerlingen.

Wat drijft de voorstanders van het samenvoegen van vakken? Zelf hebben ze ooit onderwijs genoten met aparte vakken. Hebben zij daar nare ervaringen mee? Misschien werden de dwarsverbanden niet altijd aangeduid door hun leraar, of wel maar zagen zij het als leerling zelf nog niet, maar dat wil toch niet zeggen dat we de vakkenstructuur dan maar los moeten laten? In het onderwijs zijn heel veel dingen die je leert niet altijd meteen logisch, kwartjes vallen nu eenmaal later en bij de één eerder dan de ander.

De daling van het prestatieniveau van leerlingen op het gebied van rekenen en taal is al meer dan 20 jaar aan de gang. Terwijl juist taal en rekenen de onderlegger zijn voor alle vakken. Als je je taal goed beheerst en goed kan rekenen, kan je als leerling de inhoud van vakken beter verwerken. Even zo lang wordt al gewaarschuwd dat er een lerarentekort aan gaat komen, kortom, twee seinen die al langere tijd op oranje en rood staan. In plaats van in te zetten op het handhaven van drempels, het onderwijsniveau te bewaken, bevoegdheden te behouden, salarissen marktconform te verhogen, de adviezen van de commissie Dijsselbloem te volgen en te zorgen voor Rust, Reinheid en Regelmaat in het onderwijs en niet steeds weer iets nieuws op te tuigen waarmee je de werkdruk van leraren verzwaart, worden er andere afslagen genomen.

Het ‘nieuwe leren‘, komt telkens weer als een duveltje uit een doosje de school binnen. Soms geïnitieerd door leraren zelf, maar meestal door besturen, onderwijskoepels en vooral de ‘raden’ die er in de loop van de jaren als push-factor tussen zijn geschoven. De po-raad, vo-raad en mbo-raad zijn gangmakers van het ondergraven van de kennisbasis door steeds weer onderwijscongressen voor schoolleiders te organiseren waar niet het belangrijkste thema ‘hoe bewaken we het kennisniveau’ centraal staat. Wel worden er aan de lopende band ‘discussiestukken’ gemaakt waarbij thema’s leidend zijn. Welke thema’s? Internationalisering (waarom?), leermiddelen en ICT (hebben we niet al genoeg oefenstof, of moet ICT de toekomstige niet te vinden leraar vervangen), maatwerk (typisch iets voor de werkvloer en niet voor beleidsmakers),  onderwijsovergangen (praten we al 30 jaar over, maar is ook iets dat je juist dichtbij huis moet realiseren en is afhankelijk van personen en bestendigen van relaties = dus factor tijd),  onderwijssoorten (kunnen we meer smaken maken, of moeten het er minder zijn?), toetsen en examens (al jaren gedoe en bijstelling naar beneden).

De rode draad in de thema’s is flexibilisering, grotere inzetbaarheid van leraren (loskoppelen van vakken), aansturen op herziening van de lerarenopleiding door ‘bredere bevoegdheden’. D.w.z. dat je als lerares Nederlands ook best Engels en Duits kan geven. Of de docent aardrijkskunde doet er wel even geschiedenis bij. Bevoegd wordt benoembaar, dus onbevoegden voor de klas.

Alle voorstellen worden gebracht alsof het de wens is van scholen. O ja? Welke school wil dit? Wie wil dit? De school die dit wil heeft in ons onderwijssysteem nu al de vrijheid om het in te voeren zonder dat dit vraagt om een stelselherziening. Daarom hoef je het anderen toch niet ook op te leggen?

Waar het wel om gaat? Nou, daling van het onderwijsniveau, salarissen die niet voldoende meestijgen, werkdruk van leraren, lerarentekort, onvoldoende tijd en geld voor professionalisering (alles moet in een studiedag gepropt zonder bezinken, oefenen, beklijven).

Het onderwijs staat nu al jaren bekend als rupsje-nooit-genoeg. Er is heel veel meer geld gegaan naar het onderwijs, maar het komt niet terecht bij de leraar en de leerling. Wel gaat er heel veel geld om in al die raden en praatsessies van curriculum.nu. De po-raad, vo-raad, mbo-raad en hbo-raad vangen geld van scholen om de praatcultuur in stand te houden. De grote vraag: Waarom toch?

Een paar plaatjes:

Schoolbesturen krijgen een zak geld en mogen zelf beslissen waar ze het geld aan uitgeven. Aan salarissen van leraren, salarissen van bestuurders, gebouwen (bestuurskantoren of scholen), leermiddelen, ict, nascholing. Hieronder de salarisverhogingen  aan de onderkant (deeltijdbanen) en aan de top. Gemiddeld, waarmee niet is gezegd dat elk bestuur zichzelf verrijkt, er zijn natuurlijk schoolbesturen die het heel netjes doen.

Bovenstaande grafiekjes staan op Twitter bij Frans van Haandel en Hannes Minkema.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*