Dyslexie

De aantallen dyslectische leerlingen blijven maar toenemen.

Op dit blog wordt over verschillende onderwerpen gesproken binnen de taalwetenschap die aandacht vragen, maar niet over dyslexie. Scholen vragen daar wel advies over en dan kun je aansnijden dat de aantallen dyslectische leerlingen schrikbarend toenemen alsof het een besmettelijke niet te stuiten ziekte is. Je kunt vertellen dat leerlingen en studenten graag het stempeltje krijgen omdat ze dan kunnen genieten van veel voordeeltjes. Misschien kun je de bloeiende handel, of liever complete industrie die in de afgelopen 15 jaar is opgebouwd aanstippen. Maar als het gaat om de invoering en uitvoering van taalbeleid om achterstand weg te werken, is dyslexiebeleid m.i. geen onderwerp van gesprek. Het staat er los van, taalbeleid wil je omdat er sprake is van taalachterstand, je wil iets aan achterstand doen. Je wilt dan niet dat leerlingen worden ontheven van de plicht om regels te leren (stampen) en te laten zien dat ze de regels beheersen (afdwingen regels toe te passen).

Ik ben blij met de publicatie van een artikel door Jan Lepeltak op Komensky Post en de commentaren die onderaan zijn toegevoegd: Waarom het aantal ‘dyslectici’ schrikbarend toeneemt. 

Was in Nederland in 2007 nog 1,6% van de leerlingen officieel dyslectisch in 2015 was dit aantal gegroeid tot 10,5%. Anna Bosman (hoogleraar ‘Dynamiek van leren en ontwikkeling’) hield een glashelder, nuchter verhaal over dyslexie tijdens ResearchEd. Hier kwamen praktijk en onderzoek voorbeeldig samen.

Bij leren lezen en spellen speelt de aanleg van de lezer/speller een rol. Een grotere rol spelen de eigenschappen van de geschreven taal (de relatie van het grafeem/schrijfteken met de klank). De belangrijkste rol speelt de kwaliteit van de instructie. Anna Bosman ontmythologiseert op basis van wetenschappelijk onderzoek een aantal vastgeroeste opvattingen. We zetten ze even op een rijtje:

– Er is geen relatie tussen gender en dyslexie.
– Intelligentie speelt bij leren lezen en spellen nauwelijks een rol.
– Er is geen noemenswaardige samenhang tussen het geheugen / de executieve functies en kunnen spellen en lezen.
– Dialectsprekers zijn soms in het nadeel en soms in het voordeel.
– Een visuele beperking speelt nauwelijks een rol. Al geven visueel beperkten, als dat nog kan, de voorkeur aan een te lezen tekst in plaats van braille. Het hebben van een auditieve beperking is daarentegen wel een groot nadeel.
– Eigenschappen van een (geschreven) taal spelen ook een rol.  Als de schrijfwijze/spelling consistent is dan heeft dat een gunstig effect, zoals bij het Fins in tegenstelling tot het Engels bijvoorbeeld. In het Nederlands is met name de werkwoordspelling een probleem.
Maar hoe zit het nu met de diagnose dyslexie en dyscalculie?Lees verder op Komensky Post

Zie ook de links onder de strip van Sigmund.

Anna Bosman heeft gelijk, het leesonderwijs moet beter

Een reactie van Prof. Van der Leij, hij onderschrijft niet alle conclusies van Bosman rond dyslexie.

NRC: Slecht onderwijs: veel dyslexie.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*